Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC

Particuliere alarmcentrales zijn verplicht om brandalarmen te verifiëren voordat deze doorgezet mogen worden naar de meldkamer van de brandweer. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC (voorheen bekend als het VEBON-protocol). Hieronder leest u wanneer en onder welke voorwaarden wij een brandmelding mogen doorzetten naar de brandweer. 

Onderstaaande tekst is afkomstig uit het Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC - versie 3.1 juni 2020

Voorwaarden

Brandmeldinstallatie
Voor een snelle doormelding van de PAC naar de RAC dient het volgende te zijn geregeld:

  • Een brandmeldinstallatie moet voldoen aan de bij de aanleg van toepassing zijnde Nederlandse en Europese normen (EN 54 reeks, NEN 2535 en NPR 2576)2;
  • Een brandmeldinstallatie moet worden onderhouden en beheerd conform de van toepassing zijnde NEN 2654-1;

Woonhuizen
In de meeste woonhuizen zal geen brandmeldinstallatie volgens de normen (NEN 2535 etc.) zijn aangelegd en worden onderhouden. Bij dit protocol wordt daar ook standaard vanuit gegaan (zie tabel 1 categorie 6). Mocht de brandmeldinstallatie wel voldoen aan de normen dan mag dit altijd aangetoond worden.

Kwaliteit verbinding
Om een goede en betrouwbare ontvangst van brandmeldingen mogelijk te maken is het van belang dat de verbinding tussen de brandmeldinstallatie van de gebruiker en de meldkamer van de PAC hoogwaardig is en voldoet aan:

  • type 1 volgens NEN-EN 54-21 of;
  • DP3 (AL 2) volgens NEN-EN 50136-1: 2012.

Dit geldt met name voor de afhandeling volgens categorie 1 t/m 5 volgens de tabel [onderaan deze pagina].

PAC
Er wordt gewerkt met een Particuliere Alarmcentrale die beschikt over een bewijs van kwaliteitsborging. Een certificaat op basis van de BORG-PAC regeling is hiervoor een afdoende bewijs.

Beheerder (opgeleid persoon)
De gebruiker van een gebouw en van de brandmeldinstallatie heeft geen enkel belang bij onnodige brandmeldingen en nodeloze uitrukken van de brandweer. De aanwezigheid van een beheerder (opgeleid persoon) van de brandmeldinstallatie blijkt in de praktijk essentieel te zijn om preventief meldingen te voorkomen en waar er toch meldingen zijn ervoor te zorgen dat deze goed en snel geverifieerd worden. Een beheerder is bekend met een brandmeldinstallatie, zorgt voor de interne controle van de installatie, is aanspreekpunt bij onderhoud en kan in vele gevallen ervoor zorgen dat onnodige meldingen worden voorkomen.

In aanvulling daarop is het noodzakelijk om de opgeleid persoon nadrukkelijk te instrueren vanuit de PAC en het branddetectiebedrijf over de procedure van verifiëren alvorens er doorgemeld mag worden naar de RAC. Ook de brandweer kan hier een rol in vervullen tijdens de toezichtfase of in het geval van vragen.

Rol van de beheerder
Andere medewerkers die met een brandmeldinstallatie te maken kunnen krijgen zullen ook goed moeten worden geïnformeerd door de beheerder. Ook kan het branddetectiebedrijf/PAC rechtstreeks een vorm van uitleg/opleiding geven over hoe om te gaan met:

  • een brandmeldinstallatie;
  • brandalarmen;
  • de communicatie met de PAC en de brandweer.

Verificatie brandmeldingen

Algemeen
Om te bepalen of een brandmelding met een hoge mate van zekerheid een echte brandmelding is, is een aantal factoren van belang:

  1. Is de alarmmelding afkomstig van een handbrandmelder/sprinklermelder of een automatische brandmelder?
  2. Zijn in het gebouw waar de brandmelding uit afkomstig is mensen aanwezig?
  3. Zijn er technische verificatiemaatregelen genomen?
  4. Is er een organisatie voor alarmopvolging aanwezig?

De bovenstaande factoren zijn benoemd als onderlegger bij de uitwerking van de tabel [onderaan deze pagina]. Daarbij is uitgegaan van de goede basiswerking van een brandbeveiligingsinstallatie en de daarbij behorende componenten. Bij het aansluiten op de PAC zal de gebruiker in overleg met het branddetectiebedrijf en de PAC aan de hand van de beslissingsmatrix moeten bepalen in welke categorie het betreffende gebouw wordt geplaatst.

Handbrandmelder/sprinklermelder of automatische brandmelder
Is de brandmelding afkomstig van een handbrandmelder (vandalisme uitgesloten) dan is de waarschijnlijkheid dat het een echte brandmelding betreft hoog. Is de brandmelding afkomstig van een automatische brandmelder dan is de waarschijnlijkheid dat het een echte brandmelding betreft lager en afhankelijk van een aantal factoren.

Brandmeldinstallaties die voorheen een doormelding hadden naar de RAC zijn in bijna alle gevallen uitgevoerd met handbrandmelders en automatische melders. De vorm van doormelden naar de RAC (gescheiden of niet) leverde in de praktijk nog wel eens een knelpunt op. Dit probleem is niet opgelost bij een overgang naar een PAC.

Aanwezigheid mensen
De meeste ongewenste en onechte brandmeldingen worden veroorzaakt door het niet juist handelen van mensen. Als er in een gebouw geen mensen, ook anders dan medewerkers, aanwezig zijn dan is de waarschijnlijkheid dat het een echte brandmelding betreft hoger.

Om consistentie en werkbaarheid te creëren is er in dit protocol een koppeling gemaakt met werktijden. De werktijden zijn een maatwerkafspraak tussen de PAC en de gebruiker/eigenaar. Buiten de werktijden worden er geen personen (werknemers/bewoners/bezoekers etc.) geacht aanwezig te zijn in de aangesloten objecten en is verificatie niet noodzakelijk.

Als er wel personen (werknemers/bewoners/bezoekers etc.) aanwezig zijn dan dient er altijd verificatie plaats te vinden door de aanwezige personen volgens de tabel [onderaan deze pagina]:

  • Binnen werktijd: 07:00 uur – 18:00 uur
  • Buiten werktijd: 18:00 uur – 07:00 uur als mede zaterdagen, zondagen, feestdagen.

Afwijkingen van standaard werktijden

  • Voor locaties met een 24-uurs bezetting geldt het principe buiten werktijd nooit;
  • Op verzoek van de klant kan de indeling in tijden door de PAC worden gewijzigd of variabel zijn vermits de PAC dit ook kan operationaliseren. Belangrijk is dat als deze tijden worden gewijzigd ook de PAC hiervan door de klant op de hoogte wordt gesteld;
  • Indien bij de nazorg op een loos alarm blijkt dat de werkelijke tijden afwijken van de standaardtijden dan worden de standaardtijden aangepast naar de werkelijke tijden.

Technische verificatie
Het is mogelijk om een zodanige technische verificatie van een brandmelding te doen dat de waarschijnlijkheid van een echte brandmelding verhoogd wordt. Voorbeelden hiervan zijn een brandmelding die:

  • Afhankelijk is van het in alarm komen van twee meldergroepen;
  • Afhankelijk is van het in alarm komen van twee melders;
  • Afhankelijk is van twee verschillende detectiemethoden.

Protocol Technische Verificatie (PTV) van automatische brandmeldingen
In 2015 heeft VEBON-NOVB het protocol Technische Verificatie van automatische brandmeldingen uitgegeven. Dit protocol vindt u terug op de website van Federatie Veilig Nederland. Via de online webtool kan er concreet naar specifieke branddetectieoplossingen worden gezocht. Met de webtool worden eindoplossingen gekoppeld aan lokale problemen (stof, vuil, waterdamp, etc.) die de oorzaak zijn van onnodige alarmen. In veel gevallen worden op deze manier onnodige alarmen voorkomen. Een echte brand zal bij deze oplossingen ook binnen de eisen uiteraard wel tot een echt alarm leiden.

Organisatie alarmopvolging
Is er een organisatie voor alarmopvolging aanwezig? Dan kan gecontroleerd worden of het een echte brandmelding betreft. De waarschijnlijkheid van een echte brandmelding wordt hiermee verhoogd.

Doormelding aan de RAC (Brandweer)
In de tabel [onderaan deze pagina] is aangegeven onder welke voorwaarden een brandmelding direct aan de RAC mag worden doorgemeld. De wijze waarop verificatie zowel technisch als organisatorisch plaatsvindt, moet worden vastgelegd (bijvoorbeeld PvE of UPD) en zijn afgestemd met het betreffende object. Het branddetectiebedrijf kan de gebruiker daarin te adviseren.

Nooit doormelden
In sommige gevallen komt er ook een melding bij een RAC terecht terwijl er geen enkele aanleiding is om te veronderstellen dat er brand is. Deze gevallen moeten nooit worden doorgemeld aan de RAC. Een paar voorbeelden hiervan zijn:

  • Een overvalmelding of een noodmelding (bijvoorbeeld gebruik noodknop bij de pomp op een tankstation) die gedaan wordt om een andere reden aan brand;
  • Een mistgenerator die onderdeel uitmaakt van een inbraakinstallatie en bij werking onbedoeld ook een brandmelder activeert binnen dezelfde locatie.
Tabel Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC